Het theezakje is een poreus, afgesloten zakje met hele of gemalen theeblaadjes. Je gebruikt het voor het zetten van thee voor eenmalig gebruik. Dankzij het zakje haal je de theeblaadjes eenvoudig uit het hete water. Daardoor blijft de smaak van de thee optimaal. Oorspronkelijk is het theezakje ontwikkeld voor de theeblaadjes van de plant Camellia sinensis. Inmiddels gebruiken mensen het ook voor kruidenthee (tisane).
Vroeger waren theezakjes kleine, handgemaakte builtjes van zijde of mousseline (= soort geweven gaas). Tegenwoordig bestaan ze uit verschillende materialen zoals papier, katoen, hennep, nylon of zijde. Ook biologisch afbreekbare materialen winnen terrein. Daarnaast bestaan theezakjes tegenwoordig in allerlei vormen. Zo zie je vierkante, ronde, rechthoekige en piramidevormige zakjes. Sommige varianten hebben zelfs een buisvorm. De meeste theezakjes hebben bovendien een touwtje met een papieren label. Daardoor verwijder je het zakje eenvoudig uit het water.
MATERIALEN
- geperforeerd papier (gebleekt of ongebleekt)
- abaca-hennep (= soort papier gemaakt van een bananenplant uit de Filipijnen)
- Soilon (= biologisch afbreekbaar en composteerbaar materiaal gemaakt van maïszetmeel)
- vliesstof (= niet geweven vezels)
- katoen
- PLA (= PolyActic Acid, biologisch afbreekbaar plastic gemaakt van maïszetmeel of suikerriet)
- hennep
- nylon
- zijde
De geschiedenis van het theezakje begint veel eerder dan veel mensen denken. Het beroemde boek ‘The Classic of Tea’ van de Chinese schrijver Lu Yu beschrijft al tussen 760 en 762 verschillende manieren om thee te bereiden. Eén hoofdstuk gaat volledig over zetmethodes met filters, zeven en stoffen zakjes. Hulpmiddelen die het scheiden van theeblaadjes van het water mogelijk maken. Tijdens de Tang-dynastie (618-907) gebruiken Chinezen dus al technieken die sterk lijken op het moderne theezakje. Ook het verpakken van thee in papier is geen nieuwe uitvinding. In de 8e eeuw verpakt men de thee al in gevouwen papier om de kwaliteit beter te behouden.



Hoewel het theezakje tegenwoordig overal bekend is, kende niemand dit hulpmiddel rond 1880. Vanaf dat moment verschijnen de eerste patenten:
PATENT 1
Op 31 maart 1880 vraagt de Amerikaan Thomas Fitzgerald uit Boston een patent aan voor een ‘Coffee and Tea Filter’. Het patentnummer 234.556 wordt op 16 november 1880 toegekend. Het doel van deze uitvinding is duidelijk. Het filter moet in de pot blijven hangen en eenvoudig te verwijderen zijn zonder dat iemand met een lepel of de hand in het hete water op zoek moet naar theeblaadjes.
‘het vervaardigen van een filter voor koffie of thee, dat blijft hangen in het water van de pot of het vat waarin de koffie of thee wordt gezet, en dat gemakkelijk uit de pot of het vat kan worden verwijderd zonder de noodzaak om onder het wateroppervlak te duiken om het filter eruit te halen’
PATENT 2
Volgens het boek ‘All About Tea, Vol. 2’ krijgt de Engelsman Archibald Vernon Smith in 1896 het eerste patent op individuele theezakjes. Toch is het originele patent nooit teruggevonden (zie foto rechtsboven).



PATENT 3
Op 26 augustus 1901 vragen de Amerikaanse dames Roberta C. Lawson en Mary McLaren uit Milwaukee een patent aan voor de ‘Tea Leaf Holder’. Het patentnummer 723.287 wordt op 24 maart 1903 toegekend. Het zakje bestaat uit opengeweven katoen en heeft een afsluitbare flap. Daardoor blijft de thee netjes in het zakje zitten. De uitvinders willen vooral verspilling voorkomen. Met hun ontwerp kan iemand precies genoeg thee zetten voor één kopje verse thee.
‘het verschaffen van middelen waarmee een kleine hoeveelheid thee, zoveel als nodig is voor een enkel kopje thee, in een kopje kan worden gedaan en het water erop kan worden gegoten om slecht één kopje thee te produceren, vers voor onmiddellijk gebruik; op deze manier wordt alleen voor dat ene kopje thee een kopje verse, geurige thee gezet en wordt verspilling door het zetten van een grotere hoeveelheid thee voorkomen’
THOMAS SULLIVAN
De grote doorbraak van het theezakje komt waarschijnlijk door toeval. Rond 1904 of 1908 (afhankelijk van welke site je de informatie haalt) verstuurt de New Yorkse theehandelaar Thomas Sullivan theemonsters in kleine zijden zakjes. Normaal gebruikt hij kleine tinnen blikjes, maar dit wordt steeds duurder. Klanten begrijpen echter niet dat ze de thee eerst uit het zakje moeten halen. Daarom laten ze de thee met het zakje in het hete water ploffen. Tot verrassing van Thomas werkt dat uitstekend. Al snel stromen nieuwe bestellingen binnen. Toch vinden klanten de zijden zakjes te fijn geweven. De volle smaak van de thee komt niet volledig vrij. Thomas stapt daarom over op mousselinen zakjes.
VORMEN THEEZAKJE
In 1944 verandert de typische vorm van het klassieke buideltje. Fabrikanten introduceren het rechthoekige model dat we vandaag de dag nog steeds kennen. Aanvankelijk zijn theezakjes vooral populair in Amerika. In de jaren twintig liggen ze daar overal in de winkels. In 1952 introduceert Lipton het zogeheten flo-thru theezakje. Dankzij dit ontwerp kan water beter langs de theeblaadjes stromen. De theeblaadjes krijgen daardoor meer ruimte om uit te zetten en meer smaak af te geven.
In Engeland duurt de doorbraak iets langer. Pas in 1953 brengt Tetley Tea het eerste theezakje voor de Britse markt uit. In 1968 zet slechts 3% van alle Britten thee met behulp van een theezakje. Tegen het einde van de twintigste eeuw is dat percentage gestegen naar maar liefst 96%. In 1996 lanceert Brooke Bond, het moederbedrijf van PG Tips, het bekende piramidevormige theezakje. Na veel experimenten blijkt deze vorm ideaal voor de beweging van theeblaadjes in water.
De geschiedenis van het theezakje laat zien hoe een eenvoudige uitvinding wereldwijd succes krijgt. Wat begint als een praktisch hulpmiddel, groeit uit tot een vast onderdeel van de theecultuur. Bovendien stopt de ontwikkeling niet. Tegenwoordig kiezen steeds meer producenten voor duurzame en biologisch afbreekbare materialen. En gebruikte theezakjes? Die kun je vaak gewoon hergebruiken in huis of tuin.
