Het snorrekopje is een kopje met een halfronde richel aan de binnenkant. Deze richel vormt een klein bruggetje. In het midden zit een halve maanvormige opening. Daardoor kan iemand thee drinken zonder zich zorgen te maken dat zijn snor in de thee hangt. In de Victoriaanse tijd zijn snorren enorm populair. In de loop van de 19e eeuw groeit de snor zelfs uit tot een echte kunstvorm. Mannen verzorgen hun snor uitgebreid. Ze wassen, borstelen, kammen en verven hem. Daarnaast krullen ze hun snor met ladingen snorrenwas.
Toch zorgt deze verzorging voor een probleem tijdens de afternoon tea. De hete stoom van de thee laat de snorrenwas namelijk smelten. Daardoor druipt de was via de kin in het theekopje. Tegelijkertijd zakt de snor langzaam naar beneden. Bovendien veroorzaakt hete thee vaak vlekken aan de onderkant van de snor.



Rond 1830 bedenkt de Britse pottenbakker Harvey Adams een slimme oplossing: het snorrekopje. Dankzij de richel blijft de snor boven de thee. Zo blijven zowel de snor als de thee netjes. Daarnaast draagt ook het leger bij aan de populariteit van de snor. Tussen 1860 en 1916 verplicht het Britse leger soldaten zelfs een snor te dragen. Volgens de legerleiding straalt een snor meer gezag uit. Hierdoor groeit ook de populariteit van het snorrekopje. De uitvinding beschermt zorgvuldig gestileerde snorren. Al snel verspreidt het kopje zich over heel Europa.
Rond 1890 bereikt de productie van snorrekopjes haar hoogtepunt. Daarna verandert de mode langzaam. In de jaren twintig en dertig van de 20e eeuw raakt de mannelijke snor uit de mode. Daardoor stopt uiteindelijk ook de productie van het snorrekopje.
